| Snelheidscategorie (GSY, ook "Speedindex") |
Het betreft hier de categorie indeling, die de
maximaal toelaatbare snelheid van de banden
aangeeft. Hier volgt de GSY voor motorfietsen.
Code-Letters Km/h
M = 130
N = 140
P = 150
Q = 160
R = 170
S = 180
T = 190
U = 200
H = 210
V = 240
W = 270
Y = 300
ZR = >240 KM PER UUR |
| Looprichting |
Vooral bij banden met bijzondere profielvormen zijn op de zijkant van de band namen als "Rotation", "Draairichting", "Direction", in combinatie met een looprichtingspijl aangebracht. Houdt bij de montage van de band rekening met de aangegeven loop- of draairichting. |
| Tubeless |
("Zonder binnenband") en TubetypeEr zijn twee soorten banden, de banden zonder binnenband "tubeless" en banden met binnenband "tubetype". Voor auto´s worden nauwelijks meer tubetype banden gebruikt en is vaak ook niet toegestaan.
Als er op een motorfiets een ZR band gemonteerd word met binnenband dan mag hiermee niet harder gereden worden 230 km per uur. |
| Productiedatum |
Het tot nu toe gebruikte markeringssysteem: De laatste 3 cijfers van het z.g.n. DOT nummer laten de productiedatum zien. De eerste twee cijfers slaan op de productieweek, het laatste cijfer op het productie jaar. Bijvoorbeeld: 409 = 40e week van 1999. Dat het om de jaren 90 gaat, wordt nog zichtbaar gemaakt door een klein driehoekje, vlak onder het drie cijferig getal. Nieuwe markering vanaf 01-01-2000: Nu een 4-cijferig getal 0100 = 1e week van 2000. |
| Slijtage index |
(Treadwear Indicator , "TWI") Rondom op de zijkant van de band wordt herhaaldelijk het korte "TWI" (ook andere afkortingen zijn mogelijk) afgedrukt. Als u de pijl volgt, zult u zien dat op deze plaatsen het profiel niet volledig tot op de basis van de band gaat. Reden: Mocht de band tot op de wettelijke 1,5 mm afgesleten zijn, liggen deze plekken duidelijk herkenbaar aan de oppervlakte van de band. De slijtagegrens is bereikt.. Zover zou u het echter niet moeten laten komen. |
| Luchtdruk |
Voor motorbanden geldt hetzelfde als voor een luchtbed. Als er te weinig lucht in zit wordt hij slap. In het geval van de motorband gaat daarmee het contact met de weg verloren. De levensduur van de band loopt terug. Daar komt nog een hoger brandstofgebruik bovenop. Het kan daarom niet vaak genoeg worden gezegd: Kijk eens wat vaker naar uw banden en controleer elke week even de bandenspanning als de banden koud zijn (Minder dan 3 km). De juiste luchtdruk is waar het allemaal om draait. Deze vind u in het instructieboekje van uw motorfiets. Houd u er wel rekening mee dat de waarde van de fabrikant een minimale waarde is. Met veel bagage heeft de achterband 0,2 bar meer druk nodig en bij snelle en lange autobaan ritten heeft ook de voorband 0,2 bar meer nodig.
LET OP: Als er voor het rijden in het terrein een andere luchtdruk geadviseerd word dan vergeet u niet de bandendruk weer op het juiste niveau te brengen zodra de openbare weg weer word gebruikt!! |
| Ventiel |
Omdat rubber ventiele altijd aan slijtage onderhevig zijn geld de regel:"Nieuwe band, nieuw ventiel!"Keurmerk "E":Het EEG-keurmerk wordt als een E of e op de band geplaatst. Het slaat op een stuk Europese wetgeving en normering. (EEG- R 30). Belangrijk: Sedert de productiedatum 1.10.98 (40e week 98, vertelt ons het DOT-Nummer 408) is dit keurmerkje in de zijkant van de band verplicht. Aan een motor mogen derhalve geen banden gemonteerd worden, die, als ze na 1.10.98 geproduceerd zijn, zonder dit merkje. |
| Ventieldoppen |
Bij hoge snelheden kan lucht ontsnappen uit het ventiel omdat de centrifugale krachten hier de oorzaak van zijn. Een goede ventieldop dient dan ook altijd op het ventiel aanwezig te zijn. Aan te bevelen zijn luchtdichte ventieldoppen uit metaal met een rubberen pakking. Let u er altijd op dat de ventieldoppen juist en goed vastgedraaid zijn. |
| Velgmaat |
Welke band bij welke velg past
is belangrijk. Te smalle,
maar ook te brede velgen
veranderen het contact
met het wegdek en
kunnen eventueel de
rijeigenschappen van de motorfiets negatief beïnvloeden. |
| Load index |
LI waarde
(Gewichts aanduiding)
Dit getal is het kenmerk voor de belastbaarheid van de band. Elke LI waarde staat voor een bepaalde belasting van de band bij een bepaalde bandenspanning. De waarde is af te lezen in een tabel. Bijvoorbeeld "30" = 106 kg. De gemonteerde banden moeten in ieder geval minimaal de in de instructieboekjes vermeldde LI waarde hebben. Een hogere LI waarde is uiteraard toegestaan. Als er nog "Versterkt" of "Re-inforced" vermeld staat, betekent dit dat de band nog extra draagvermogen bezit. Het "PR" getal komt bij motorfietsen als aanduiding in Europa niet meer voor. Alleen de Japanse norm geeft nog een PR kenmerk aan. Deze is als volgt met de Europese norm te vergelijken:
4 PR = normale uitvoering
6 PR = "Versterkt" of "Re-inforced"
Van doorslaggevende betekenis is ook hier echter de hoogte van het LI getal. Deze "PR" heeft niets te maken met de "Ply,Plies" aanduiding die bij bestelwagens en kleine vrachtwagens gebruikt word. De beide aanduidingen hebben een volledig verschillende betekenis.
7. Load index (Gewichts aanduiding)
63 = 272 kg
64 = 280 kg
65 = 290 kg
66 = 300 kg
67 = 307 kg
68 = 315 kg
69 = 325 kg
70 = 335 kg
71 = 345 kg
72 = 355 kg
73 = 365 kg
74 = 375 kg
75 = 387 kg |
| Het vervangen van banden |
Als u verschillende typen banden om uw motor gebruikt, verslechteren de rijeigenschappen. Daarom is het
aan te raden op alle twee de wielen banden van hetzelfde type te gebruiken. Als u twijfelt, plaatst u de
band met het beste profiel om de achteras. Als u twijfelt over het type band die u wilt aanschaffen,
kunt u altijd in uw instructieboekje kijken of contact met ons opnemen. Zorg ervoor dat bij iedere
nieuwe montage van banden altijd nieuwe ventielen worden gebruikt.
LET OP: als het voorwiel is voorzien van een radiaalband, mag het achterwiel
niet zijn voorzien van een diagonaalband!! |
| Profieldiepte |
Al vanaf een profieldiepte van 4 mm neemt de grip van de banden op de natte weg duidelijk af, vooral bij brede banden.
Vooral op nat wegdek is de profieldiepte van banden bepalend voor de grip en de remweg. Hoe dieper het profiel,
hoe beter het water wordt afgevoerd en hoe eerder u tot stilstand komt. Een paar millimeter méér profiel verkort
de remweg al snel met enkele meters. Bij te gering profiel kunnen de banden het contact met het oppervlak verliezen.
Het voertuig wordt onbestuurbaar en remt niet meer. Het is daarom aan te raden om met uw banden niet door te rijden
tot het wettelijk minimale profiel van 1,5 mm is bereikt. Afhankelijk van de breedte zouden banden
op zijn laatst bij 1,5 tot 2 mm vervangen moeten worden (hoe breder, hoe eerder). |
| Bandenspanning |
Uw rijstijl bepaalt hoelang uw banden meegaan, maar ook de bandenspanning speelt een rol. Rijden op te zachte banden zorgt ervoor dat uw banden te veel opwarmen. Dit geeft een snellere slijtage, minder comfort, beïnvloedt de rijstabiliteit in negatieve zin en geeft een hoger brandstofverbruik. Hier komt nog bij dat de kans op beschadiging van uw banden toeneemt. We raden u daarom aan, regelmatig uw bandenspanning te controleren, bij voorkeur elke twee week. Dit moet gebeuren bij koude banden (Binnen 3 km na vertrek). De juiste bandenspanning vindt u aan de binnenzijde van uw brandstofklep. De aangegeven waarde is de minimale adviesspanning. Ventieldopjes na controle weer goed vastdraaien. Ontbrekende vervangen. Hierdoor houdt u vuil en stof uit het ventiel. |
| |
Diagonaal:
Radiaal:
1. Merk
2. Bandtype
3. Breedte maat
4. Hoogte maat (80% van de breedte )
5. R=Radiaal
6. Doorsnede velgmaat in inches
7. Load index (Gewichts aanduiding)
63 = 272 kg
64 = 280 kg
65 = 290 kg
66 = 300 kg
67 = 307 kg
68 = 315 kg
69 = 325 kg
70 = 335 kg
71 = 345 kg
72 = 355 kg
73 = 365 kg
74 = 375 kg
75 = 387 kg
8. Snelheids categorie
M = 130
N = 140
P = 150
Q = 160
R = 170
S = 180
T = 190
U = 200
H = 210
V = 240
W = 270
Y = 300
ZR = >240 KM PER UUR
9.TL TUBLESS
10.Productie datum laatste 2 cijfer geven jaar aan 02 is 2002 |
|
|